Nieuws

Eerst zeven magere en daarna zeven vette jaren? 

Zo’n 6,5 jaar geleden ben ik vanuit het bedrijfsleven het onderwijs ingestroomd. Ja inderdaad ,als ‘zij-instromer’. Een hele nieuwe wereld ging voor me open. Ik had kinderen op de Guido en ik had mijn eigen herinneringen aan de middelbare school, maar verder was het reguliere onderwijs voor mij ver van mijn bed. Waarom dan docent worden?! Zoals wel vaker speelt toeval – of beter gezegd ‘leiding’ – een rol. Ik was in de race voor een hele leuke baan, maar zag dat de Guido al een tijdje een docent economie zocht. En gek genoeg trok dat meer aan me, dan die leuke baan. Maar hoe wordt je docent? Ik had geen opleidingsbevoegdheid maar wel een gezin en een hypotheek, dus je stapt er niet even tussenuit om te studeren. ‘Toevallig’ sprak ik iemand van de Guido op het voetbalveld en heb ik die vraag voorgelegd. We spraken af om eens koffie te drinken en de rest is geschiedenis. 

Na mijn bedrijfskundeopleiding heb ik 20 jaar in het bedrijfsleven gewerkt, het grootste deel als manager. Het leukste aan dat werk vond ik om mensen te helpen beter te worden in hun werk en ze op de juiste plek te krijgen. Nu ik docent bent doe ik niets anders; ik ben voortdurende bezig met de vraag hoe ik mijn stof zodanig over kan brengen dat leerlingen er echt wat aan hebben en het vak leuk vinden. Daarnaast heb ik veel individueel contact met leerlingen, onder andere als mentor, en praat je over dingen die leerlingen bezig houden, waar ze mee worstelen of waar ze juist plezier in hebben. En niet onbelangrijk, ik vind het vak economie ook gewoon ontzettend leuk. Al met al heb ik de leukste baan in mijn hele carrière en zou ik niet anders meer willen. 

Het is overigens wel even doorbijten om docent te worden. Zeker als zij-instromer. Er is niet zoiets als rustig beginnen en inwerken. Door de wet van de grote getallen is alles meteen groot en volumineus. In een klas met 28 – 32 leerlingen moet je er meteen ‘staan’, al je lessen mòeten voorbereid zijn want anders merk je dat meteen, het toetsproces is arbeidsintensief, etc. Het eerste jaar was ik voornamelijk bezig met alles te ontdekken, te ervaren, de lesstof door te nemen en lessen voor te bereiden. De jaren daarna ging ik bijschaven, bijvoorbeeld het klassenmanagement en mijn lessen.  

Afgelopen voorjaar heb ik mijn eerste-graadsbevoegdheid gehaald, gefinancierd vanuit een lerarenbeurs. Eerder heb ik de tweede-graad gehaald met een zij-instromers beurs. Dus financieel gezien is het goed geregeld, maar het studeren moet je nog wel zelf doen. Door de jaren heen heb ik ook alle mogelijke economie-klassen gehad waardoor alle lesstof is voorbereid. Dat maakt het werk nu lichter, lesvoorbereiding is nu een kwestie van actualiseren en verbeteren. Gelukkig hoef ik me niet te vervelen, ik ben betrokken bij de coaching van startende docenten en probeer naar aanleiding van mijn afstudeeronderzoek, studievaardigheden onder de aandacht te brengen. 

De eerste 6,5 jaar waren pittig qua inwerken en studie, maar het werk zelf was elke dag weer een feest. Ik heb prachtige herinneringen aan leerlingen, de gesprekken in de klas, de diplomauitreikingen en heb veel plezier in het vak economie. Nu ik mijn studies achter de rug heb, verwacht ik dat de werkdruk wat lager wordt en dat ik nog lang van al dat moois kan blijven genieten; de zeven vette jaren zijn aangebroken. 

Frits Wegerif 

Deel deze activiteit via: