Nieuws

Iedereen verdient een plek op het podium

“Beste meneer Scherff,

Als u de groepen maakt voor de opdracht dat je je eigen politieke partij moet oprichten, wil ik liever niet bij leerling X. Hij is veel te slim voor mij, hij snapt dit soort opdrachten dan veel te goed en dat gaat dan niet goed samen met mij, want ik begrijp veel minder van politiek. En ik denk dat hij dan te veel gaat doen in het groepje, en ik niet weet wat ik moet doen.

Met vriendelijke groet,

Leerling Y”

 

Dit bericht kreeg ik deze week binnen. Het zette me aan het denken. Ken je die Bijbeltekst: ‘Maar de vruchten van de geest zijn spitsvondigheid, snelheid, scherpte, humor, spreekvaardigheid en oneliners?’ Het lijkt op school soms wel eens alsof het om dit soort dingen draait. Leerlingen die makkelijk praten kunnen in de lessen aan de lopende band ‘scoren’. Ze vallen op met hun snelle en scherpe reacties, hun gevatte opmerkingen. Als docent vind ik dat mooi, maak ik er ruimte voor in de les en doe ik er zelfs ook aan mee. Mijn waardering voor deze inbreng wordt aan alle kanten duidelijk. De status van deze leerlingen groeit. Daar is op zichzelf niks mis mee. Verbale kwaliteiten zíjn overal in de samenleving belangrijk: tijdens een opleiding, op de werkvloer, in de kerk, eigenlijk op alle plekken waar mensen elkaar ontmoeten. Terecht dus dat we op school werken aan die vaardigheden, dat ermee gescoord kan worden, dat er waardering voor is.

Maar tegelijk is het ergens niet eerlijk. Dat heeft ermee te maken dat deze kwaliteiten veel zichtbaarder zijn dan andere: je kunt er íedere les mee scoren, en élke keer zien álle leerlingen weer dat je er goed in bent. Leerlingen die goed zijn in andere dingen vallen vaak veel minder op. Hoeveel aandacht krijgt een leerling die heel georganiseerd en gedisciplineerd kan werken? Een leerling die zich bij groepswerk altijd aan de afspraken houdt en doet wat er wordt gevraagd? En een leerling die zich verantwoordelijk voelt voor anderen die buiten de groep vallen en hen erbij probeert te betrekken? Een leerling die altijd opbouwend spreekt over anderen en zich nooit ten koste van anderen wil profileren? Een leerling die niet met oogkleppen op altijd overtuigd is van het eigen gelijk, maar inzichten van anderen steeds meeweegt en daardoor verder komt? Een leerling die op een vriendelijke en tactvolle manier anderen feedback kan geven, waardoor zij zich kunnen ontwikkelen? Een leerling die met een grote achterstand begint, maar door keihard werken toch nét mee kan komen?

Deze vaardigheden zijn in onze samenleving minstens zo van belang als verbale kwaliteiten. Alleen: ze zijn lang niet zo zichtbaar. Sommige kwaliteiten komen vooral tot uiting in iemands hoofd, achter het bureau (discipline), andere worden alleen gezien door anderen met wie intensief wordt samengewerkt (feedback geven). Op het ‘podium’ dat iedere klassikale les toch ook een beetje is, zijn ze echter onzichtbaar. Ermee ‘scoren’ lukt dus nauwelijks, waardering en status levert het niet echt op.

Ik heb er geen studie naar gedaan, maar zou op die manier niet een kloof in zelfvertrouwen ontstaan tussen enerzijds leerlingen die meerdere keren per week de gelegenheid krijgen te schitteren tussen hun klasgenoten, en anderzijds leerlingen die wél vol bewondering opkijken naar die anderen (zie de geciteerde mail), maar nooit publiekelijk in het zonnetje komen te staan vanwege hún kwaliteiten? Als dat zo zou zijn, lijkt het me geen goede zaak, niet voor de leerlingen van wie het ego misschien iets te vaak gestreeld wordt, maar vooral niet voor leerlingen die net zo veel talenten hebben maar van wie dat veel minder gezien en uitgesproken wordt.

Door de mail (bedankt, leerling Y) realiseer ik me dat ik op dit punt tekortschiet. Ik wil dit anders gaan doen. Hoe, dat weet ik nog niet precies, ik zal eerst eens bij mijn collega’s te rade gaan (en mail je ideeën vooral naar hscherff@guido.nl). Maar het doel is duidelijk: iedere leerling zou zo nu en dan het podium moeten kunnen krijgen voor zijn of haar talenten, óók als dat ‘stille’ talenten zijn. Niet om te pronken, en al helemaal niet om elkaar af te troeven; wél om van elkaar te leren, en om in te zien dat (om toch nog maar even een wél bestaande Bijbeltekst te parafraseren) de één een hand is, de ander een voet, en dat het onzinnig zou zijn als zij zich minder waard zouden voelen dan de mond.

 

Door: Hugo Scherff

 

Deel deze activiteit via: