#17 Concentreren kan je leren
Leerlingen kunnen zich soms niet goed concentreren. Als je daar last van hebt en de examens staan voor de deur, dan zie je misschien wel erg tegen deze periode op. Gelukkig kan je je concentratievermogen verbeteren. In de deze blog lees je hoe je dat kan doen.
Eerst een korte uitleg over de vaardigheid ‘concentratie’. Je kunt het vergelijken met het trainen van een spier: door te trainen wordt je concentratie beter. Maar stop je met trainen en concentreer je je niet zo vaak meer, dan neemt je concentratievermogen af. ‘Aandacht’ speelt een belangrijke rol bij het kunnen concentreren. Dat werkt als volgt. Via onze zintuigen komen allerlei prikkels binnen. In ons werkgeheugen selecteren we uit die prikkels informatie voor verdere verwerking. Deze selectie noemen we ‘aandacht’. Concentratie is het volhouden van die aandacht. Als je je aandacht niet langere tijd op iets richt, dan gaat die informatie sneller verloren. Daarom is concentratie cruciaal voor het leren.
Concentratie kan je voor een specifieke taak ontwikkelen. Je kan dus bijvoorbeeld wel heel goed je aandacht houden bij het gamen of Netflixen, maar niet bij het lezen van een boek. Een belangrijke vraag bij het verbeteren van je concentratie is ‘vind ik deze taak wel leuk’? Iedereen kan zich concentreren, maar voor de ene taak kost het je soms meer moeite dan de ander. Dat verschil wordt veroorzaakt door je motivatie voor een taak. Stel, je moet Duitse woordjes leren, maar je hebt geen zin. En iemand belooft je € 500 als je na een half uurtje leren goed presenteert bij een overhoring, dan gaat alles aan de kant en lukt dat concentreren echt wel.
Alle afleidingen die we toelaten in onze ruimte, maken het vasthouden van aandacht niet makkelijker. Misschien is het kunnen concentreren niet het probleem, maar wordt je aandacht steeds weggetrokken. Bijvoorbeeld door meldingen op je telefoon, geluid van een tv of mensen in dezelfde ruimte die praten. Bij jongeren speelt nog mee dat de hersenen pas rond het 25e levensjaar zijn volgroeit. Hierdoor is hun aandacht ‘vluchtig’ en kunnen ze die moeilijker vasthouden.
Het trainen van je concentratie doe je door niet meteen te stoppen met je taak/huiswerk als de aandacht even weg is, dat moet je opbouwen. Je kan niet in een keer van 5 naar 20 minuten concentratie. Je moet het ook niet forceren, als je merkt dat het echt niet meer gaat dan kun je beter wat anders gaan doen. Niet iedereen heeft dezelfde aanleg. Dus de een kan zich beter concentreren dan de ander. Daarom zul je voor jezelf moeten ontdekken wat werkt en wat niet. Wat helpt is om erover te praten. Daardoor merk je dat je niet de enige bent en leer je te begrijpen waar je tegenaan loopt en wat je kan daaraan kan doen.
Samengevat een paar tips om aan je concentratie te werken:
- Zorg voor een omgeving die je niet te veel afleid zoals een opgeruimd bureau, meldingen uit van telefoon en laptop, geen (pratende) mensen om je heen, enzovoorts
- Als je wordt afgeleid door gedachten, bijvoorbeeld dingen die te binnen schieten, handel ze af als dat in een paar minuten kan of parkeer ze in je agenda of op je todo.
- Bouw je concentratievermogen op in kleine stapjes, door even iets langer te blijven concentreren dan je gewend bent, maar ook door tijdig te stoppen als het niet meer gaat.
- Maak een werkschema die bij je past. Er zijn bekende methodes zoals de pomodorie tactiek (link), maar iedereen en elke situatie is anders.
- Stel kleine haalbare doelen en beloon jezelf als je ze haalt.
- Praat erover, bijv. met je ouders, mentor, docent.
De informatie in deze blog is ontleent aan de podcast ‘Concentratie in de klas’ met Stefan van der Stigchel, hoogleraar cognitieve psychologie Universiteit Utrecht.
Reageren? FWegerif@Guido.nl.