Terug Home Nieuws Guidobreed Nederlands Dagblad: “Hoe kies je een school?”

Nederlands Dagblad: “Hoe kies je een school?”

23 jan 2026 Guidobreed In de media
Klik op de afbeelding om de tekst te vergroten.

Hoe bepaal je naar welke school je je kind stuurt? En hoe betrek je je kinderen bij die keuze? Vijf ouders vertellen over hun schoolkeuze en welke rol de identiteit van de school daarbij heeft gespeeld.

Zelf opgegroeid in het niet zo gelovige Noord-Holland, gunt Stefan Vos (39) zijn kinderen het warme bad van een christelijke gemeenschap om zich heen. Mede daarom koos hij samen met zijn vrouw en dochter Eva (12) voor de christelijke middelbare school GSG Guido in Amersfoort.

Eva: ‘Ik had de keuze uit heel veel middelbare scholen. In een straal van tien kilometer zijn er wel 35. Als eerste hebben we gefilterd op ‘christelijk’, toen werd de keuze al kleiner. We hebben op de websites gekeken en open dagen bezocht. Uiteindelijk werd het GSG Guido. Daar doe ik nu havo/vwo.’ Stefan: ‘Het keuzeproces begon al in groep 7. Er werd een avond georganiseerd waarbij je als ouders en kind werd meegenomen in het proces. Hoe werkt het maken van keuzes in het kinderbrein? Waar moet je rekening mee houden op de lange(re) termijn? Het was een mooi moment om in gesprek te raken. Ook over het belang van identiteit. We vulden als ouders en kinderen apart van elkaar een formulier in waarop we onderdelen als ‘sfeer’, ‘kwaliteit’ en ook ‘identiteit’ op volgorde zetten. Een 1 was heel belangrijk, een 10 niet zo belangrijk. Ik heb de formulieren nog. Kijk, Eva vond sfeer (op 1) en kwaliteit (op 2) het belangrijkste, identiteit zette ze op plek 8.’ Eva: ‘Nu zou ik een hoger cijfer invullen. Toen dacht ik dat je identiteit niet erg merkte, maar nu zie ik dat identiteit ook gaat over de sfeer, de dagopeningen en godsdienst. Dat komt best vaak terug.’ Stefan: ‘Als ouders zetten wij de identiteit op plek vier. De school is geen kerk. De sfeer, veiligheid en kwaliteit vinden we ook belangrijk. Daarbij de ruimte voor het geloof. Zelf ben ik in Noord-Holland opgegroeid. We kerkten in een dorp verderop waar ik zes leeftijdsgenootjes had. Het kostte mij elke dag vijf kwartier om naar de christelijke middelbare school in Alkmaar te reizen. Er zat één meisje bij mij in de klas die ook naar de kerk ging. Niet dat ik daar veel problemen mee had, men vond dat ‘christelijke’ wel interessant. Hier in Amersfoort wonen we tussen al onze broers en zussen in het geloof. School, kerk, vrije tijd … het is allemaal verweven. Ik ervaar dat als een warm bad en vind het prettig dat onze kinderen daarin opgroeien. Als puber ben je er misschien niet bewust mee bezig, maar door mijn eigen ervaring vind ik het des te belangrijker dat ze ondergedompeld worden in het geloof, in de hoop dat het beklijft en gaat leven. Over het Guido zelf waren we een beetje bevooroordeeld. Mijn vrouw Andrea werkt daar als docent Nederlands en veel kinderen uit de kerk en van de basisschool gaan naar het Guido.’

Fijne sfeer
Eva: ‘Ik vind het wel belangrijk dat de school christelijk is. Op de open dag bij het Guido zag ik mezelf echt al door de school lopen. Er was gewoon een fijne sfeer.’ Stefan: ‘Ik weet nog dat we bij de open dag van een katholieke school vroegen hoe ze Kerst hadden gevierd. Het meisje kon het zich niet herinneren.’ Eva: ‘En toen zei jij: Jullie zijn toch christelijk? En dat meisje zei: “Zijn wij christelijk?” Toen dachten we wel: oké … Het belangrijkste vind ik dat je weet dat iedereen in de klas gelovig is. Dat het niet raar is als je bidt als je gaat eten bij een vriendin, bijvoorbeeld. En dat je over het geloof kan praten met vrienden. Dat je niet de enige bent, en dan telkens moet uitleggen wat je gelooft.’ Stefan: ‘Onderwijs is iets waar je dagdagelijks mee te maken hebt. Op een gemeenteavond van de kerk tekende iemand een Mickey Mouse; het gezicht staat voor het kind en de vele ronde oortjes voor de mensen die om het kind heen staan en hen (op)voeden, zien, motiveren en helpen. Ik hoop dat diverse docenten zo’n oortje voor mijn kinderen zijn, zodat onze kinderen van meerdere kanten gevoed worden, met de christelijke identiteit als gemeenschappelijke basis.’ Eva kijkt haar vader even aan: ‘Daar zal ik later vast veel aan hebben. Nu merk ik gewoon dat ik overal veel mensen van school en uit de kerk tegenkom. Zelfs als ik naar de supermarkt ga.’ Stefan: ‘Tegelijkertijd komt Eva in de buurt en op de voetbalvereniging genoeg andere tieners tegen. Ze is niet wereldvreemd. Op school wordt ook paarse vrijdag gevierd. Ik vind het mooi dat daar ruimte voor is. Dat binnen de identiteit anders-denken en anders-geloven bespreekbaar wordt gemaakt. Samen geloven doet iets met de manier waarop je met elkaar omgaat. Dat maakt het bijzonder.’

Wil jij een optimale website? Dan hebben we wat cookies van je nodig. Pas mijn voorkeuren aan